maandag 19 mei 2008

een roetsjbaan van emoties

Maandag 12 mei was een datum waar heel Xiamen naar uitkeek. China loopt al maanden in een roes van Olympische extase, 'Au lin pi ke' of 'au yun hui' is overal. Grote affiches op iedere straathoek kondigden het aan: the Olympic torch relay: de vlam komt. Iedereen heeft een opinie natuurlijk, en er wordt veel over gepraat. Is het niet hypocriet mee te gaan in het nationalistische circus, georchestreerd door de overheid - goed georchestreerd, daar niet van- met de problemen in Tibet, met de mensenrechten, met de niet zo westersgezinde sfeer van de laatste weken, met mediavrijheid? Kan je je vragen over stellen natuurlijk, en ik stel me ook kritisch op tegenover het hele apparaat, maar, en dat is een heel opiniestuk waard, China begon nauwelijks 30 jaar geleden van niets. Mao en trawanten slaagden erin het hele land in chaos te brengen, en het is pas na zijn dood in '76 dat China opnieuw kon beginnen. Er zijn heel wat vragen te stellen bij de loop van zaken, en het is ook niet meer dan normaal dat wanneer China wil meedraaien in het internationale circus van de WHO of de Olympische Spelen, dat daar ook iets tegenover staat. Maar men kan niet verwachten dat in een land van één komma zoveel miljard mensen iedere verandering met een vingerknip gebeurt, en het is ook niet zo dat het China van één komma zoveel miljard slaafs moet volgen wat de rest van de wereld opdraagt. Alles vraagt tijd, en er werden acties ondernomen om tegemoet te komen aan de eisen van het IOC en de internationale gemeenschap, ook volgens mij niet genoeg, maar men mag in 5 jaar tijd geen mirakels verwachten.
12 05 08, net 88 dagen voor 08 08 08, wacht Xiamen vol ongeduld op de vlam. Deze zou om 14u aan het Exhibition Centre, 10km van de universiteit, vertrekken, en hier een tweetal uur later passeren. Uren ervoor was het al moeilijk om nog een goede plaats te vinden. Het weer was heerlijk en de sfeer ook, heel ontspannen, veel agenten maar meer volk, leuzen scanderend, uren aan een stuk 'Zhongguo jia you', 'au yun jia you'.
De vlam was onderweg, heel Xiamen op straat, wanneer ik een bericht krijg van thuis 'wat is dat van de aardbeving?'. Geen idee, en ook niet mee bezig, want we hebben zelf niets gevoeld. Pas later dringt de ernst van de zaak door. Maandag 12 05 08 komen tienduizenden mensen om bij een aardbeving in Sichuan die tot in Beijing, Bankok en blijkbaar ook Taiwan (maar enkele honderden kilometers verder dan Xiamen) te voelen was. Twee dingen die me opvallen zijn de gigantische efficiëntie van het chinese apparaat, en de grote solidariteit van de mensen. Onmiddellijk worden duizenden soldaten naar het gebied gestuurd, worden hulpgoederen verzonden, en schieten talloze vrijwilligers in gang. Zowel premier Wen Jiabao als president Hu Jintao zijn naar het gebied afgezakt. Normaal behouden ze een zeer grote afstand tot de bevolking, en komen ze over als bureaucratische machines, maar daar waren ze als mens. Vanaf vandaag, net een week na de ramp, is China drie dagen in nationale rouw. Van de Spelen merk je nu niets meer. De tocht van de vlam is drie dagen stilgelegd, en op tv komen ze nauwelijks meer aan bod. Op alle 50 chinese zenders die we hier ontvangen speelt maar een thema: de aardbeving. In spotjes wordt opgeroepen geld te storten aan hulpfondsen, overal in het land worden geldinzamelingsacties ondernomen. De media spelen natuurlijk een belangrijke rol: spots op de tv met brandweerlui en soldaten heroïsche acties ondernemend en films op tv gaan haast uitsluitend over het leger. Ook worden erg expliciete beelden getoond, mensen die zich nog onder het puin bevinden, van onder het puin worden getrokken, doden, zwaargewonden, mensen die in tranen hun verhaal doen. Het is ook gigantisch erg, en het raakt iedereen, tienduizenden doden zijn vreselijk, hele dorpen zijn van de kaart geveegd, en het is iets wat eender wie kan treffen.









Geen opmerkingen: